Artikel

Scha­gen was tij­dens WO II stand­plaats van de ‚Divi­sion­sstab Nordholland-​Nord’, de staf van de Duitse 347e Infan­terie Divisie. Deze ver­sterkte Scha­gen ‚alsof het in de voorste frontlinie lag’ op bevel van haar gen­er­aal, die ‚in elken voor­bi­j­ganger een vijand zag’, zo staat te lezen in het boek Scha­gen in Oor­logstijd. In en om Scha­gen trok de bezetter een dubbele prikkel­draad­versper­ring op. De bin­nen­ring lag om het cen­trum. De buiten­ste liep van het Rapen­pad oost­waarts tot de spoor­lijn, van­daar tot voor­bij de spoor­we­gov­er­gang Zuider­weg en langs de huidige trim­baan verder om Scha­gen heen, tot hij halver­wege de West­er­weg weer afboog naar het Rapen­pad. Waar het prikkel­draad­hek wegen en straten doorsneed, wer­den versper­rin­gen geplaatst of beton­nen keermuren.

vesting schagen 1

vesting schagen 2

En overal in Scha­gen ver­rezen bunkers, 92 in getal, vele in de tuinen achter de huizen. De meeste dien­den als schuil– en voor­raad­bunker. De belan­grijk­ste twee ston­den in het hart van Scha­gen: de Divi­sion­sstab­bunker op het Toren­plein en de tele­foon­bunker aan de Oude Slotstraat.

vesting schagen 3

Buiten Scha­gen richt­ten de Duit­sers een radio­sta­tion in aan de Molen­weg. En aan het kanaal naar Kol­horn, tussen de Trap­brug en de Spoor­brug, zetten zij een radarsta­tion met de code­naam Schneeglöck­gen. Een­zaam in het wei­land staat op die plek nog altijd het T-​vormige gebouwtje.

De bouw van vest­ing Scha­gen heeft voor de Duit­sers geen strate­gisch nut gehad, want om Scha­gen is tij­dens de oor­log niet gevochten. Wel was er onder­gronds verzet. De keer­muren vor­m­den, behalve een per­ma­nent dreige­ment, een hin­der­nis voor het dagelijkse ver­keer. Som­mige had­den een door­gang van amper 2 meter, andere een nauwe open­ing waar niet eens een fiets doorheen te kri­j­gen viel. Daarover wer­den daarom later houten brugget­jes gelegd, zoals op het Noord. Geen won­der dat met het weghalen van de versper­rin­gen direct na de bevri­jd­ing werd begonnen. De keer­muren wer­den opge­blazen, waarna de brokstukken wer­den afgevo­erd door Duitse kri­jgs­gevan­genen onder bewak­ing van de Bin­nen­landse Stri­jd­krachten. Veel langer heeft het gedu­urd eer de bunkers uit Scha­gen waren ver­wi­jderd. Nog in de zes­tiger jaren wer­den sloop­w­erken uit­gevo­erd. In 2000 is bij De Wiel, aan het kruis­punt Oudedijk/​Burghornerweg, een van de laatst overge­bleven bunkers opgeruimd om plaats te maken voor een woon­huis. En pas in 2009 werd een hos­pi­taal­bunker ges­loopt achter Noord 39.

vesting schagen 4

De enige bunker die in Scha­gen nog over is staat aan de Witte Paal, tussen Cin­e­mag­nus en McDon­alds. Deze trans­for­ma­tor­bunker werd in 1943 gebouwd door Joodse dwan­gar­bei­ders van o.a. het Ams­ter­damse Con­cert­ge­bouw Ork­est. De muren zijn van gewapend beton en twee meter dik. De bunker zou dienst doen als reserve-​installatie voor de stroomvoorzien­ing, maar werd uitein­delijk nooit voor dat doel gebruikt. Wel is er van 1950 tot 1960 een hoogspan­ningssta­tion van het PEN in onderge­bracht geweest. De bunker is sinds 1996 een rijksmonument.

Bron­nen

  1. Scha­gen in Oorlogstijd
  2. Schneeglöck­gen
  3. Bunkers in Schagen

Reac­ties