Artikel

Verzet in WO II
Een grote hoeveel­heid Ned­er­lan­ders hebben zich op alle mogelijke manieren, vaak met gevaar voor eigen leven, tegen de Duit­sers verzet. Hoeveel is moeil­ijk te bepalen. Actief waren zeker 45.000 mensen, die wellicht, in stilte, door hon­derd­duizen­den anderen ges­te­und wer­den. Zo’n 20.000 mensen wer­den door de Duit­sers opgepakt.

Het is van belang het begrip „verzetsstri­jder” scherp te omschri­jven. Prof. Dr. de Froe, een van de schri­jvers van „Onder­drukking en Verzet” for­muleert het als volgt:

Verzetsstri­jders zijn Ned­er­landse vrouwen en man­nen die vóór dolle dins­dag (5 sep­tem­ber 1944) actief waren en zich bij voort­dur­ing teweer gesteld hebben tegen de Duitse maa­trege­len.

Het verzet kende vele vor­men. In feite waren er over Ned­er­land ver­spreid tal­loze onder­grondse beweg­in­gen die meestal onafhanke­lijk van elkaar opereer­den. Om er maar een paar te noe­men: de Lan­delijke Organisatie/​Knok Ploeg (LO/​KP), de Raad van Verzet (RVV) en de Orde Dienst (OD). Door hun uiteen­lopende poli­tieke, gods­di­en­stige en regionale bloed­groepen was er veel onder­ling wantrouwen, samen­werken had daarom geen prioriteit.

Medio 1943 kwam in onze regio o.a. de Lan­delijke Organ­isatie voor hulp aan onder­duik­ers van de grond. Vol­gens het Rijks Insti­tuut voor Oor­logs­doc­u­men­tatie (RIOD, later NIOD) was eén van de hoofd­fig­uren, Dem­mers, aan­wezig op een ver­gader­ing gehouden te War­men­huizen ten huize van Jan Beem­ster­boer. Jan Beem­ster­boer, Jan Tes­se­laar en Rein Posthuma wer­den in de LO opgenomen. Jan Sin­nige, van de Regen­ten­straat uit Scha­gen, werd dis­trict­slei­der van een omvan­grijk gebied: Scha­gen, St. Maarten, Harenkar­spel, War­men­huizen, Langedijk, Zijpe, Anna-​Paulowna, Texel en mogelijk iets later Schoorl en Bergen. Na de arresta­tie van Jan Sin­nige en Jan Beem­ster­boer op 23 april 1944 werd het dis­trict verdeeld en kreeg Zijpe en Scha­gen een nieuwe dis­trict­slei­der, dit werd Piet Ott die woonde in Schager­brug. Rein Posthuma bleef onder-​dis­trict­slei­der in het dis­trict Schagen/​Warmenhuizen, dat ongeveer het voor­ma­lige Geestmer­am­bacht omvatte. Echter in onze regio beston­den veel meer organisaties.

Naar­mate de bevri­jd­ing in zicht kwam probeerde de Ned­er­landse regering in Lon­den struc­tuur en coör­di­natie in het verzet aan te bren­gen. In sep­tem­ber 1944 wer­den de zoge­noemde Bin­nen­landse Stri­jd­krachten (BS) opgericht met als hoog­ste lei­der Prins Bern­hard. De bevelvo­erder in Noord-​Holland werd over­ste Waste­necker. Doel was de geal­lieer­den in hun opmars te ste­unen door de Duit­sers zo veel mogelijk schade toe te bren­gen.
In de prak­tijk zijn de BS amper aan vechten toegekomen. De poli­tieke ver­schillen bleken onover­brug­baar. Veel com­man­dan­ten had­den het drukker met ruziemaken en eigen leg­ert­jes vor­men dan met de werke­lijke strijd. Dat werd nog eens ver­sterkt door een nijpend tekort aan wapens en een gebrek aan ervar­ing. De acties droe­gen nauwelijks bij aan de geal­lieerde oor­logsinspan­ning, maar brachten wel onschuldige omstanders in gevaar.

In maatschap­pelijk opzicht bleven veel deel­ne­mers aan het verzet anon­iem. Ze leef­den een bestaan waarin onop­val­lend­heid en geheimhoud­ing van lev­ens­be­lang was. Het ver­raad lag op de loer. Frus­terend was het voor velen dat er na de bevri­jd­ing plot­sel­ing aanzien­lijk meer mensen in de blauwe overal van het verzet rond­liepen. Men kon ook erg gemakke­lijk bew­eren verzetsstri­jder te zijn, omdat men elkaar niet kende. Men opereerde onder schuil­naam, want het was beter elkaar en elka­ars missie niet te kennen.


De prak­tis­che beteke­nis van het verzet

Het verzet gaf veel mensen hulp in tij­den van onder­drukking, honger, angst en dwan­gar­beid. Het hielp de moraliteit hoog houden. In prak­tis­che zin is natu­urlijk het uitein­delijke posi­tieve resul­taat van het verzet bepal­end.
Het is duidelijk dat hulp ver­lenen aan onder­duik­ers een posi­tief resul­taat opleverde: iedere Jood, ille­gaal of gecrashte piloot die op die manier kon wor­den gered, was er één.
Het­zelfde gold voor per­soons­be­wi­jzen ver­valsen en dis­trib­u­tiekan­toren over­vallen.
De effec­tiviteit van andere verzets­daden, zoals ille­gale bladen drukken en ver­sprei­den, was min­der meet­baar.
Drie soorten verzets­daden had­den een twi­jfelachtig resul­taat of werk­ten zelfs averechts. Dat waren sab­o­tage, liq­ui­datie en stak­ing.


Sab­o­tage
In de eerste bezettings­jaren wer­den soms tele­foonk­a­bels doorgesne­den of spoor­rails vernield. De NS-​directie sprak van ‘sab­o­tagegevallen met een dilet­tan­tisch karakter’.Toch waren zulke lichte vor­men van sab­o­tage gevaar­lijk voor de plegers en onschuldige burg­ers. In Enschede wer­den als repre­saille 105 Joden op trans­port gezet naar con­cen­tratiekamp Mau­thausen.
In de zomer van 1942 meer dan 1400 politici en nota­be­len in het rooms-​katholieke sem­i­narie Beekvliet in Noord-​Brabant geïn­terneerd. De hoog­ste Duitse mil­i­tair in Ned­er­land, lucht­macht­gen­er­aal Friedrich Chris­tiansen, verk­laarde dat deze gijze­laars met hun leven zouden betalen voor daden van het verzet.
Des­on­danks werd op 7 augus­tus 1942 een bomaanslag gepleegd op een trein vol Duitse sol­daten. Die mis­lukte, wel werd een Ned­er­landse spoor­weg­beambte gedood. Op 14 augus­tus schoten de Duit­sers vijf gijze­laars dood. De volkswoede keerde zich nu tegen de bezetter, waar­door deze voorzichtiger werd met de exe­cutie van gijze­laars. Repre­sailles wer­den voor­taan voltrokken aan (poli­tiek) gevan­genen, Joden en toe­val­lige omstanders.
Op 13 okto­ber 1943 stak de Ned­er­landse Volksmil­i­tie (NVM) in Den Haag een opslag­plaats van de Wehrma­cht voor hooi en stro in brand. Als repre­saille sloten de Duit­sers ongeveer zeshon­derd, gro­ten­deels com­mu­nis­tis­che Ned­er­lan­ders op in con­cen­tratiekam­pen. Omdat er ook twee Joodse werkne­mers van de Hollandia-​fabrieken in Ams­ter­dam bij de NVM bleken te zit­ten, wer­den boven­dien twee­hon­derd Joodse arbei­ders met hun fam­i­liele­den – in totaal meer dan achthon­derd per­so­nen – opgepakt en naar West­er­bork gevo­erd. Een gigan­tis­che prijs voor een paar kuub verni­etigd paar­den­voer.
De over­val op een Duitse mil­i­taire auto in de bossen rond Put­ten op 30 sep­tem­ber 1944 werd berucht. Er ging van alles mis, waar­door de inzit­ten­den de kans kre­gen terug te schi­eten en te ontsnap­pen. Ver­vol­gens werd de auto op de plaats van de hin­der­laag achterge­laten. Begin okto­ber 1944 wer­den 661 man­nen opgepakt en naar con­cen­tratiekam­pen gebracht; 522 haalden de bevri­jd­ing niet.
Na een aanslag op een sein­huisje bij sta­tion Amers­foort op 3 feb­ru­ari 1945 kre­gen twintig kampgevan­genen de kogel.
Het­zelfde lot ondergin­gen de 263 gevan­genen na een aanslag, op 6 maart 1945 bij de Veluwse uitspan­ning De Woeste Hoeve, op een Duitse auto, die SS-​chef Hanns Albin Rauter ver­vo­erde.
De bloedige repre­sailles, zon­der noe­menswaardig resul­taat, brachten de BS in ver­legen­heid. Dergelijke acties kwa­men daarna bijna niet meer voor.

Liq­ui­datie
Ook liq­ui­daties had­den wraakac­ties tegen weer­loze burg­ers tot gevolg. Liq­ui­datie kwam pas vanaf het mid­den van de WO II op grote schaal voor.
Op 5 feb­ru­ari 1943 pleegde de verzets­groep CS-​6 een ges­laagde aanslag op gen­er­aal Hen­drik Seyf­fardt, com­man­dant van het Ned­er­landse vri­jwilliger­sle­gioen dat met de Duit­sers vocht tegen de Sovjet-​Unie. De regering in Lon­den verk­laarde op 13 feb­ru­ari via Radio Oranje: ‘Land­ver­raders wor­den berecht na de oor­log, op voet van een bij­zon­dere recht­spraak naar de wet. Eigen rechter spe­len is uit den boze.’
CS-​6 trok zich hier niets van aan. In vol­gende maan­den liq­uideer­den zij meerdere hoge NSB’ers.
Rauter reageerde door voor elke omge­brachte per­soon min­stens drie Ned­er­lan­ders te doden. Deze Sil­ber­tanne–acties zaaiden grote paniek, mede door de Duitse prak­tijk om burg­ers die zich toe­val­lig rond de plek van een aanslag ophielden stan­drechtelijk te exe­cuteren. De lijken moesten tot zon­son­der­gang op straat bli­jven liggen.
Zo zijn hon­der­den onschuldige Ned­er­lan­ders indi­rect het slachtof­fer gewor­den van liq­ui­daties. Vol­gens de studie Recht op wraak. Liq­ui­daties in Ned­er­land 19401945 van Jack Koois­tra en Albert Oost­hoek hebben verzetslieden in totaal min­stens vijfhon­derd ges­laagde liq­ui­daties gepleegd. Eén vijfde daar­van viel in de cat­e­gorie ‘bedri­jf­songevallen, dubieuze aansla­gen en mis­ver­standen’. Zo wer­den boven op de indi­recte slachtof­fers nog eens hon­derd onschuldige mensen­levens verspild.

Stakin­gen
Er zijn drie belan­grijke stakin­gen geweest.
De eerste: de Feb­ru­ar­is­tak­ing van 1941. Toen de Duit­sers in Ams­ter­dam 425 Joden oppak­ten en com­mun isten opriepen tot een protest­stak­ing, leg­den op 25 feb­ru­ari veel arbei­ders het werk neer. De Duit­sers druk­ten het protest hard­handig de kop in. Negen mensen kwa­men op straat om, drie stak­ers en vijf­tien gevan­gen verzetslieden wer­den geëx­e­cu­teerd. De 425 gear­resteerde Joden wer­den ver­sneld naar Mau­thausen ges­tu­urd. Vol­gens his­tori­cus en oud-​directeur van het Ned­er­lands Insti­tuut voor Oor­logs­doc­u­men­tatie (NIOD) Hans Blom heeft de Feb­ru­ar­is­tak­ing er zelfs indi­rect toe bijge­dra­gen dat de Joden­ver­vol­ging in Ned­er­land voor de Duit­sers verder ges­meerd ver­liep. De bezetter besefte nu dat open­lijk geweld tegen de Joden risico’s met zich mee­bracht. ‘Het ver­vol­ging­spro­ces voltrok zich verder vooral sluipen­der­wijs en bureau­cratisch zo veel mogelijk buiten het zicht,’ schreef Blom.
De tweede: de grote stak­ing van 29 april 1943. In het noor­den, oosten en zuiden van het land leg­den duizen­den het werk neer uit protest tegen het feit dat de Duit­sers oud-​militairen van het Ned­er­landse leger opnieuw in kri­jgs­gevan­gen­schap wegvo­er­den. Als repre­saille liet Rauter tachtig mensen fusilleren.‘Onbezonnen held­haftigheid,’ oordeelde de hoof­dredac­teur van het ille­gale Vrij Ned­er­land, Henk van Rand­wijk.
De derde: de Spoor­wegstak­ing van 17 sep­tem­ber 1944 werd uit­geroepen door de regering in Lon­den. Doel was het Duitse leger vleugel­lam te maken en zo de geal­lieerde aan­val over de grote riv­ieren te ondersteunen.Die aan­val mis­lukte, maar de stak­ing ging door. De Duit­sers onder­von­den er slechts een week lang hin­der van. Wat echter stil bleef staan waren de treinen met voed­sel en brand­stof voor de Ned­er­landse bevolk­ing. Daarmee was de Spoor­wegstak­ing een van de oorza­ken van de Hongerwinter.

Tot slot
Het onder­zoek naar de prak­tis­che beteke­nis van het verzet tij­dens de Duitse bezetting is nog niet inte­graal van de grond gekomen. Hans Blom heeft in ver­schei­dene pub­li­caties en lezin­gen een voorzet gegeven. Ook recente deel­stud­ies over spec­i­fieke verzets­ac­ties gaan op deze vraag in.

Ger­aad­pleegd:

His­torisch Nieuws­blad 42006
Maarten van Buuren in Trouw van 26.11.2011
Wikipedia: Ned­er­lands verzet in WO II

Reac­ties