Afdrukken

Artikel


Vlucht­plek tegen dreigende overstroming

Scha­gen is één van de plaat­sen in West-​Friesland waar hoogtev­er­schillen en ter­pen getu­igen van de pogin­gen die onze verre vooroud­ers onder­na­men om droge voeten te houden. In de loop van enkele eeuwen veran­derde Noord-​Holland van hoog gele­gen veen in land dat steeds verder onder de water­spiegel zakte. Boeren groeven sloten rond hun bezit en ver­hoog­den de grond waar zij woon­den. Een aan­tal van die ter­pen is nog als zodanig te herken­nen, zoals Aven­dorp bij Scha­gen met een 17de-​eeuwse boerderij. Afbeeld­ing Aven­dorp omstreeks 1900.

Avendorp 1900

In de Vroege Mid­deleeuwen was het mogelijk om in West-​Friesland te wonen zon­der gevaar voor over­stro­min­gen. De hele kop van Noord-​Holland was bedekt onder een laag veen die wel vier meter hoog was. Het was een sponzig kussen, een onbe­gaan­baar moeras van halfver­gane planten­resten.
De eerste boeren gin­gen, waar mogelijk, wonen op zan­druggen en groeven sloot­jes om het moeras te ont­wa­teren. Het gevolg was dat de bodem inza­kte als een lekgesto­ken bal­lon en andere zan­druggen, waar gewoond kon wor­den, zicht­baar wer­den. Het pro­ces werd nog ver­sterkt door­dat de nu aan lucht bloot­gestelde planten­resten alsnog verteerden.

Meert­jes

De gevol­gen van deze bodem­dal­ing waren ram­pza­lig. Het water kon steeds moeil­ijker weg en er ontston­den meert­jes die bij iedere storm groter wer­den. Het over­tol­lige water vloeide niet meer naar de zee, het omge­keerde gebeurde. Bij stor­men en hoge vloe­den drong de zee bin­nen door steeds verder uitschurende kreken.
Noord-​Holland veran­derde in een gebied van meren en eilan­den en smaller wor­dende stuk­jes grond waarop de mensen zich staande probeer­den te houden. De boeren zaten niet stil in hun bedreigde boerder­i­jen. Met de beperkte mid­de­len van die tijd wier­pen ze dijk­jes en ter­pen op. Iemand als graaf Dirk II zag weinig heil meer in zijn voort­durend door het water bedreigde bezit­tin­gen bij Scha­gen. Hij schonk de grond aan de Abdij van Egmond.
Som­mige ter­pen zijn zicht­baar gebleven in het land­schap, zoals Aven­dorp, even ten zuiden van Scha­gen. Ooit was het een buurtschap met enkele huizen, daar­van is alleen nog een 17de-​eeuwse langhuis­stolp overge­bleven.
Ook het kerkje van het nabije Har­inghuizen staat duidelijk op een ver­hoging. Andere ter­pen wer­den in de loop van de tijd afge­graven of gin­gen op in nieuw aan­gelegde dijken.

Veiliger plek

Scha­gen werd, wat het water betreft, gaan­deweg een steeds veiliger plek om te wonen, maar kreeg pas echt aanzien toen Willem, de bas­taard­zoon van her­tog Albrecht, in 1428 de stad Scha­gen als huwelijks­geschenk kreeg. Willem ging er wonen in een boerderij, die hij omstreeks 1440 ombouwde tot een stoer kas­teel. Hij liet ook een kerk neerzetten, maar zijn belan­grijk­ste daad was het ver­lenen van mark­trechten aan Scha­gen, dat daar­door in de han­del een belan­grijke posi­tie kon innemen voor de wijde omgev­ing. Het werd een gezel­lige en bloeiende stad.
Niet­temin bleef waakza­amheid gebo­den wat betreft de oude vijand: het water. Bij de storm­ramp van 1916 bleef de omgev­ing niet ges­paard. Bij de Van Ewi­jck­sluis in de Anna Paulow­napolder, het eind­punt van de stoom­tram uit Scha­gen, liep een groot deel van het land onder water.
Nog altijd klinkt de grond in en boven­dien sti­jgt de zeespiegel. Scha­gen moet voor het water op zijn hoede blijven.

Uit oude stukken blijkt dat de terp Aven­dorp in de 17de eeuw werd bewoond door vijf arme fam­i­lies in even zovele boerder­i­jen. Afbeeld­ing: Er resteert nog slechts één fraai ger­estau­reerde boerderij
Avendorp



Ruud Spruijt — West­fries genootschap

Bron­nen

West-​Friesland toen en nu — Uit­gev­erij Waanders

Reac­ties