Artikel

De geschiede­nis van de ker­mis gaat terug naar de Mid­deleeuwen. Het woord ker­mis is afgeleid van het woord ‚kerkemis’. Dit was oor­spronke­lijk de naam voor de feestelijkhe­den, waarmee de plechtige inwi­jd­ing van kerken gevierd werd. Tij­dens deze feesten hield men een jaar­markt, waar de Hol­landse graven al in de 12e en 13e eeuw het recht voor ver­leend had­den. Op deze jaar­mark­ten verkochten de kramers snuis­ter­i­jen voor de vrouwen en gereed­schap­pen voor de man­nen. De winkel­stand was in die dagen beschei­den van omvang. Daar­door moest dik­wi­jls tot de jaar­markt wor­den gewacht alvorens men zich een gewenst artikel kon aan­schaf­fen. Zo’n jaar­markt had ook aantrekkingskracht op per­so­nen van bedenke­lijk allooi. Kwakza­lvers probeer­den de bezoek­ers bij de neus te nemen door ze won­der­mid­delt­jes aan te smeren. Zo veran­derde in de loop van de geschiede­nis het karak­ter van de jaar­markt. Meer en meer werd het een gele­gen­heid voor volksvermaak.

kermis 1

Men kende weinig vertier en dus was de ker­mis een onder­brek­ing in de sleur van het dagelijkse leven, waar­naar maan­den werd uit­gezien. De ker­mis, met zijn bij­zon­dere attrac­ties, had een magis­che aantrekkingskracht. Wie er bijvoor­beeld bij De kop van Jut in slaagde met een hamer­slag de bel te laten klinken, droeg vol trots de medaille die hij ermee ver­di­ende. Aan het eind van de 19e eeuw ver­sch­enen de grote draai– en zweef­molens. Daar­naast waren er de draaiorgels, de poffertjes-​, oliebollen– en wafelkra­men, de worste­laars, het vlooienthe­ater en de vrouw met de baard.

De ker­mis is de langst lopende tra­di­tie die Scha­gen rijk is, al was het ver­loop niet telkens onberispelijk. Er is van oud­sher veel drank in het spel en aan het eind van de 19e eeuw waren vecht­par­ti­jen eerder regel dan uit­zon­der­ing. Scha­gen deed zijn naam op een bedenke­lijke manier eer aan, met het alom bek­ende gezegde ‚Bev­er­wijk, De Rijp en Scha­gen zijn Noord-​Hollands groot­ste pla­gen’. Desal­ni­et­temin waren de Schager ker­mis­sen eeuwen lang voor velen een hoogtepunt in het jaar. Op 22 juni 1876 inven­tariseerde de Schager Courant de sfeer op de toen­ma­lige ker­mis als volgt: ‚Onze goede oude ken­nis­sen N. Judels en Louis Bouwmeester staande met hunne fraaije door gas ver­lichte Schouw­burgtent op ‚t land van de kastelein Hoogendijk, verder Coppe­jans met eene parade­tent, vrij goede muziek en een pro­gramma, dat taalkundige raad­sels bevat; wijders Dobbe­laar, met een keurig panorama; Xhaflaire, met een heuschen reus en dito dwerg, ben­evens eene tent met spiegels, waarin het gelaat de won­der­lijk­ste pro­por­tiën aan­neemt; ver­vol­gens eene elec­triseerende dame, een prachtige carous­sel, de afgod der kinderen.‚werd uit­gezien. De ker­mis, met zijn bij­zon­dere attrac­ties, had een magis­che aantrekkingskracht. Wie er bijvoor­beeld bij De kop van Jut in slaagde met een hamer­slag de bel te laten klinken, droeg vol trots de medaille die hij ermee ver­di­ende. Aan het eind van de 19e eeuw ver­sch­enen de grote draai– en zweef­molens. Daar­naast waren er de draaiorgels, de poffertjes-​, oliebollen– en wafelkra­men, de worste­laars, het vlooienthe­ater en de vrouw met de baard.

Hon­derd jaar later ruimde de ker­mis van toen gelei­delijk het veld voor de spec­tac­u­laire tech­nis­che hoog­stand­jes van nu. De Schager ker­mis duurt, net als die van Alk­maar, negen dagen en wordt gehouden in de laat­ste volle week van juni.

Bron­nen

BRON­NEN:

  1. Heer­lijk Scha­gen
    De geschiede­nis van een West­friee mark­t­stad
    H. Th.M. Lam­booij, M.G. Prikke, R.J.M. van de Pol, F. Tim­mer
    Boekhan­del Plukker /​Uit­gev­erij de Prom

Reac­ties