Artikel

Willem I van Beieren van Scha­gen, eerste heer (14271473)

Philips van BourgondieAelbrecht Graaf van HollandWillem 1

Philips van Bour­gondie en Albrecht, graaf van Hol­land

Dirk Burger van Schoorl schri­jft in zijn kro­niek dat Albrecht van Beieren, graaf van Hol­land en West-​Friesland, in 1394 zijn bas­taard­zoon Willem van Beieren van Scha­gen begiftigde met de heer­lijkheid Scha­gen. Echter in de his­torische bron­nen is daar­voor geen afdoende bewijs te vin­den. Wel is aange­toond dat Philips van Bour­gondië, ook wel Fil­ips de Goede genoemd, in 1427 aan diezelfde Willem de heer­lijkheid Scha­gen, Barsinger­horn, Har­inghuizen en Kol­horn beleende. Willem had zich aan de zijde van Fil­ips de Goede ver­di­en­stelijk gemaakt in de Hoekse en Kabeljouwse twisten. Om hem te belo­nen had Fil­ips hem in 1426 reeds aangesteld als baljuw van Ken­nemer­land en West-​Friesland en tevens als kastelein en baljuw van Medem­b­lik. Willem de Bas­taard bek­leedde deze ambten tot 1438. In die peri­ode zal hij afwis­se­lend in Medem­b­lik, Scha­gen en het „Huijs tot West­er­beeck” in Den Haag gewoond hebben. In Scha­gen woonde hij aan­vanke­lijk in een houten hof­st­ede die op de plaats van het lat­ere slot stond. Willem maakte zich zeer ver­di­en­stelijk voor Scha­gen. Hij liet wegen en lanen aan­leggen en onder­houden. Hij liet het Slot (1440) en de kerk op de Plaats (later Markt) bouwen, die aan St. Christopho­rus werd gewijd. Door de ver­len­ing van het mark­trecht kreeg Scha­gen een belan­grijke regionale functie.

Albrecht I van Beieren van Scha­gen, tweede heer (14731480)
Heer Albrecht was een moeil­ijk mens. Hij kwam voort­durend in con­flict met zijn fam­i­lie en de burg­ers van Scha­gen. Hij zette het recht naar eigen hand en trok zich niets aan van von­nis­sen. In 1469 werd hij vero­ordeeld tot een flinke geld­boete en moest hij bloot­shoofds voor het Hof van Hol­land ver­schi­j­nen om vergif­f­e­nis te vra­gen. Ook moest hij een ver­plichte bede­vaart naar Rome maken. Een zware verned­er­ing voor een edel­man. Ondanks alle ver­manin­gen ging hij voort met zijn wange­drag en het maken van schulden. Met bedreigin­gen dreef hij de spot. In 1477 was de maat vol. De stad­houder van Hol­land, Philip van Wasse­naar, oordeelde het nodig hem tot de orde te roepen. Hij trok met een aan­tal gewapende ede­len, burg­ers en kri­jgslieden naar Scha­gen. Het slot werd belegerd. Albrecht gaf zich over en werd eerst te ’s-​Gravenhage en later te Medem­b­lik, in kas­teel Rad­boud, in gijzel­ing gehouden. Hij bleef in Rad­boud tot zijn dood in 1480.

Reac­ties