Karel V
De lan­den die nu Ned­er­land, Bel­gië en Lux­em­burg heten, beho­or­den in de zestiende eeuw tot het Hab­s­burgse Rijk. Dit rijk onder bestuur van Karel V omvatte Spanje, Zuid-​Italië en grote delen van Midden-​Europa. Ned­er­land was nog geen Ned­er­land, zoals wij dat nu ken­nen, maar bestond uit een aan­tal gebieden die beslist geen een­heid vor­m­den. Deze gebieden waren door een per­son­ele unie met Karel V ver­bon­den en der­halve per­soon­lijk bezit van Karel V. Hij had de lan­den via een erfe­nis verkre­gen. Het enige dat zij gemeen had­den was dezelfde vorst.

1500 1558 Karel V
Refor­matie
Onder invloed van de leer van Calvijn en Luther brak aan het begin van de zestiende eeuw in grote delen van Europa verzet uit tegen het katholi­cisme met zijn aflaat en beelden. Deze Refor­matie kende vele vor­men en aan­hang­ers. Karel V wilde er niets van weten en stelde er de doo­d­straf op. Al in 1534 werd Willem Wig­gersz. uit Barsinger­horn, een aan­hanger van de doops­gezinde leer, in het Slot van Scha­gen opges­loten en na acht dagen op het voor­plein met het sweert gerecht en onthoofd. Eve­neens opgepakt werd Ger­rit Claessen uit Nieuwe Niedorp. Ger­rit werd naar Ams­ter­dam gebracht en terechtgesteld.


Fil­ips II
In 1555 vol­gde Fil­ips II van Spanje zijn vader op als Heer der Ned­er­lan­den. De zeer katholieke Fil­ips II zette met zijn Inquisi­tie de ver­vol­ging van de protes­tanten met ongek­ende wreed­heid in. Deze ver­vol­ging en de heersende economis­che malaise lei­dde tot een groeiende onvrede onder de bevolk­ing en uitte zich in de Beeldenstorm.

Filips II

Met de Beelden­storm begon in feite de Tachtig­jarige oor­log. Nog voor deze geweld­suit­barst­ing had­den ver­schil­lende Ned­er­landse ede­len bij de land­voogdes, Mar­garetha van Parma, het Smeekschrift der Ede­len inge­di­end, waarin om vri­jheid van gods­di­enst en stopzetting van de Inquisi­tie werd ver­zocht. Toen deze smeekbede geen gehoor vond schaar­den veel ede­len zich open­lijk achter het protes­tantisme. Het verzet begon vorm te kri­j­gen.
In 1572 kwa­men de Staten van Hol­land, tot dan een advi­escol­lege van de Graaf van Hol­land, in Dor­drecht bijeen in een geheime ver­gader­ing. Willem van Oranje werd erk­end als recht­matige Stad­houder van Hol­land, Zee­land en Utrecht. Omdat de leden van de Staten-​Generaal wor­den benoemd door de Staten van Hol­land, werd het lands­bestuur bij de Staten-​Generaal neergelegd.

Alva
In 1567 stu­urde Fil­ips II Fer­nando Alvarez de Toledo y Pimentel, de derde her­tog van Alba, (in onze gewesten Alva genoemd) als land­voogd, naar de Ned­er­lan­den. Alva trad op met harde hand om het verzet te breken. Hij bereikte het tegen­deel. Het verzet groeide, kreeg steeds meer aan­hang­ers en begon zich te organiseren.

Don Fernando Álvarez de Toledo schilderij door Titiaan e1442502123591

In 1568 werd Dirk Maartense uit Scha­gen als doops­gezinde te ‚s-​Gravenhage gevieren­deeld. In 1570 werd de Schager Pas­toor Sybrand Jansz., die gekozen had voor het protes­tantisme, aldaar met nog 4 anderen gewurgd.
De afval­lige ede­len werd door Alva gevan­gengenomen en onthoofd. Dege­nen die wis­ten te vluchten wer­den bij ver­stek vero­ordeeld door zijn Raad van Beroerten.

De kerk op de Markt
Al in 1572 besloot de Staten-​Generaal dat de katholieke kerken in han­den van de protes­tanten moesten komen. Dat besluit gold ook de Sint Christopho­rus kerk op de Markt (Plaets) van Schagen.

Kerk 2 Tavenier

Altaren en heilig­beelden wer­den uit de kerk gehaald en de pilaren met Lati­jnse spreuken wer­den wit­gekalkt. Cor­nelis Bok ver­haalde in de acht­tiende eeuw dat ondanks vele lagen witkalk die tekst nog steeds tevoorschijn kwam. Een offi­ciële over­dracht heeft nooit plaats­gevon­den. De katholieken mochten van 1572 tot 1738 in het open­baar geen kerk­di­en­sten meer houden. Er ston­den schuilk­erken op de Loet, de Lage– en de Hogez­i­jde (nu Gedempte Gracht).
In 1573 werd Gijs­ber­tus Johannes, de eerste predikant in Scha­gen, afgezet.

St. Cathari­naklooster
Dit klooster stond op de hoek van de Hoogz­i­jde (nu Gedempte Gracht) en de Bag­i­j­nen­laan (nu Laan). De zusters hin­gen de leer van de Mod­erne Devotie aan, dat wil zeggen zij leef­den vol­gens de derde regel van Fran­cis­cus. Van­daar dat zij ook wel „Ter­tiaris­sen” wer­den genoemd. Het Bis­dom Utrecht gaf alleen toestem­ming voor de opricht­ing en instand­houd­ing van een dergelijke gemeen­schap indien de gemeen­schap voor een leefregel had gekozen. Vanaf het moment van toestem­ming mochten de Zusters een kapel laten bouwen en een kerk­hof inrichten. De Zusters van de Mod­erne Devotie in Scha­gen zorgden voor vreemdelin­gen, zieken en armen.

Weeshuis Winter

Om brood op de plank te kri­j­gen waren zij actief met hand­ni­jver­heid, zoals met een spin­nerij. Ook exploiteer­den zij een bier­brouw­erij. Het is niet bek­end of deze belan­grijke eerste lev­ens­be­hoefte ook in de kroe­gen en huishoudens werd gedronken. Het ligt echter voor de hand dat ook buiten het klooster werd geleverd. Ook de zusters moesten in hun lev­en­son­der­houd voorzien. In 1572 werd ook het klooster ges­loten. De zusters mochten er bli­jven wonen en kre­gen een min­i­male ver­goed­ing als com­pen­satie. Het klooster werd een weeshuis.

De kapel aan de Keins
In 1510 was bij de Keins ten Noor­den van Scha­gen een Mari­abeeld aange­spoeld, afkom­stig van een Por­tugees schip. Het werd schoonge­maakt met het water uit de nabi­jgele­gen put. Sinds­dien wer­den aan dat water won­der­baar­lijke gaven toegeschreven. Daarom werd op die plek in 1519 een kapel­letje gebouwd. Ini­ti­atiefne­mers waren Pas­toor Ger­brant Cor­nelisz. en Joost van Bors­se­len, echtgenoot van Josina van Bei­jeren van Scha­gen. Josina werd bescher­mvrouwe. De kapel werd in 1585 als een soort nabran­der van de Beelden­storm vernield door Tate Ger­ritsz.. Het Mari­abeeld verd­ween spoor­loos en dook na zo’n 300 jaar weer op. Het wordt thans bewaard in het West-​Fries museum. Toch bleven gelovi­gen de put met het ‚won­der­wa­ter’ bezoeken. Naar ver­luid heeft de fam­i­lie van Tate Ger­ritsz., nog jaren­lang door boete­doen­ing haar spijt betuigd.

Oranje of Spanje?
Toch kon je aan het begin van de Tachtig­jarige oor­log niet spreken van een­drachtig verzet. De Zuidelijke Ned­er­lan­den kozen meestal voor Spanje. De Noordelijke Ned­er­lan­den voor Oranje. Maar er waren ook ste­den en gewesten die hun eigen keuze maak­ten. Zo ook de heer van Scha­gen, Johan III van Bei­jeren van Scha­gen. Johan bleef trouw aan de kon­ing van Spanje. Hij nam deel aan de slag op de Zuiderzee op een der Spaanse schepen van de graaf van Bossu. Bossu werd in 1573 door de Watergeuzen ver­sla­gen. Johan werd door Sonoy gevan­gen gezet en zijn goed­eren wer­den in beslag genomen. Daar­toe beho­orde ook het Slot Scha­gen. Sonoy die, wegens het beleg van Alk­maar, een onderkomen nodig had maakte daar onmid­del­lijk gebruik van.

Afbeeldin­gen: Alliantiewapen Johan III van Beieren van Scha­gen en Anna van Assendelft en Slag op de Zuiderzee
wapenschild van Jan III van B van S



Sonoy 4

De Bloe­draad naar Scha­gen

Diederik van Sonoy, die door de Staten-​Generaal was benoemd tot gou­verneur van het Noorderk­wartier, ver­huisde naar het kas­teel van Scha­gen. Zijn recht­bank, met de veelzeggende bij­naam de Bloe­draad, ver­huisde mee vanuit Alk­maar. Sonoy was voorzitter.

Diederik Sonoy

De leden waren aanzien­lijke per­so­nen: Johan van Foreest, schout van Alk­maar, Joost Huikesloot, schout van Hoorn, Willem Maartensz. Kalf, baljuw van Water­land en Zee­vang en Willem van Zon­nen­berg, baljuw van Brederode en Bergen. Zoals gebruike­lijk in die tijd lieten zij zich maar al te graag ver­van­gen. De recht­spraak ontaardde daar­door in een ver­ton­ing waar­bij van een eerlijk pro­ces geen sprake was.
Geruchten en leu­gens wer­den aangevo­erd als bewijs en marte­len voerde al snel tot een beken­te­nis van een daad waar­van het slachtof­fer geen weet had.

Wreed­he­den kun­nen ook te ver gaan. In feb­ru­ari 1574 werd Michiel Crock, onthoofd. Hij was bij de belegering van Den Briel, onder lei­d­ing van geuzen­lei­der, Willem II van der Marck, heer van Lumey, ook al bek­end om zijn wreed­heid. Hij klom op tot kapitein. Maar toen Lumey Ams­ter­dam belegerde viel Crock op door zijn wreed­heid lafheid. Toch slaagde hij erin door te gaan met zijn gruwel­daden. Toen dat Sonoy ter ore kwam, dreigde hij hem te straf­fen. Crock kwam er met een belofte van beter­schap af, maar verviel al snel in zijn oude gedrag. Zelfs zodanig dat zijn lui­tenant en sol­daten weiger­den hem nog langer te dienen. Toen hij in de Langedijk in een dronken bui een priester neus en oren afs­need, hem aan de staart van een paard liet voort­slepen en hem tenslotte doorstak, was de maat vol. Crock werd ter dood vero­ordeeld. Sonoy sprak het von­nis uit ten over­staan van Crocks man­nen.

In 1575 wer­den enige per­so­nen uit Wognum gevan­gengenomen. Het ging om de boer Kop­pen Kor­nelisz., zijn vrouw, zijn dochter en zijn zoon Nan­ning Kop­pensz.. Beide vrouwen wer­den weer vri­jge­laten, maar vader en zoon wer­den eerst in Alk­maar ver­ho­ord. Later kwam daar nog een boer bij; Pieter Nan­ningsz. uit Ben­ning­broek. Voor de drie man­nen werd het een martel­gang. Na enkele dagen stierf Kop­pen Cor­nelisz. aan de gevol­gen van de folterin­gen. Het bericht van zijn dood ging als een lopend vuurtje door West-​Friesland. Omdat men verzet vreesde wer­den Nan­ning Kop­pensz. en Pieter Nan­ningsz naar Scha­gen gevo­erd. Op de pijn­bank bek­ende Nan­ning Koppesz. brand te hebben willen stichten om een invasievloot te alarmeren Hij werd tot de dood vero­ordeeld en in Hoorn op het schavot onthoofd. Pieter Nan­ningsz. bleef gevan­gen op het Schager Slot en bek­ende tenslotte meerdere namen van zijn opdracht­gev­ers. Drie kon­den wor­den opgepakt. Een daar­van was Jan Jeroensz., een welgestelde burger uit Hoorn, die in Leu­ven had ges­tudeerd. Ze wer­den gevanke­lijk naar Scha­gen gevo­erd. De echtgenote van Jan Jeroensz. schakelde de Hoornse mag­is­traat in. Vol­gens het geldende berecht moest een Hoor­naar berecht wor­den in Hoorn. Bij Sonoy vond men geen gehoor. Nadat een request was inge­di­end bij de Prins van Oranje wer­den de com­missiele­den die ver­ant­wo­ordelijk waren voor het ver­hoor ver­van­gen. Het marte­len werd gestopt, maar de gevan­genen bleven in hun kerk­ers. Bij de Paci­fi­catie van Gent op 8 novem­ber 1576 wer­den de deuren van de kerk­ers geopend. De gevan­gen weiger­den echter hun cel te ver­laten. Zij had­den niets mis­daan en eis­ten eerst een eerlijke berechting.

Pas op 1 feb­ru­ari 1577 nam het Hof van Hol­land het dossier van het “Ver­raad van het Noorderk­wartier” in ont­vangst. De gevan­genen wer­den overge­bracht naar Delft en later naar de Gevan­gen­poort in Den Haag. Op 15 juli 1577 wer­den Jan Jeroensz., Pieter El, Pieter Nan­ningsz en Sybout Jansz. vri­jge­spro­ken. Sonoy en zijn med­erechters ontspron­gen de dans.

Scha­gen koos voor Oranje
Johan III van Bei­jeren van Scha­gen, wiens bezit ver­beurd was verk­laard, koos tegen het jaar 1580 uitein­delijk voor Oranje en werd in eer her­steld. Hij kreeg zelfs een hoge func­tie bij de Staten van Hol­land. Toen hij in 1618 kwam te over­li­j­den werd hij opgevolgd door zijn zoon Albrecht van Bei­jeren van Scha­gen, die de heer­lijkheid naliet aan zijn zoon Willem van Bei­jeren van Scha­gen. Willem was de laat­ste van Bei­jeren die de heer­lijkheid Scha­gen bezat. Hij had grote schulden en de heer­lijkheid werd verkocht in Den Haag voor het des­ti­jds astronomis­che bedrag van 263000 guldens.

De geboorte van Ned­er­land
In 1579 werd met de Unie van Atrecht en de Unie van Utrecht de scheur­ing tussen de protes­tantse Noordelijke gewesten en het katholieke Zuiden geratificeerd.

Met het Plakkaat van Ver­lat­inghe werd op 26 juli 1581 Fil­ips II als vorst afgez­woren. Daarmee werd de Repub­liek der Verenigde Ned­er­lan­den geboren. De oor­log werd een ‘gewone’ oor­log tussen twee staten. Na de moord op Willem van Oranje in 1584 kre­gen de stad­houd­ers Mau­rits van Nas­sau en Willem Lodewijk van Nassau-​Dillenburg mil­i­tair de touwt­jes ste­vig in han­den. De strijd werd te land en ter zee uit­ge­vochten. De Staatse vloot kreeg een lucratieve legit­i­matie in de vorm van kaper­brieven. Na de voor­spoedige eerste tien jaar aan de zijde van het leger van Mau­rits en Willem Lodewijk brak een peri­ode aan waarin zowel de Span­jaar­den als de ‘staatse’ leg­ers geen duidelijke over­win­nin­gen wis­ten te behalen.


Twaalf­jarig Bestand

Op 9 april 1609 werd in Antwer­pen een wapen­stil­stand ges­loten. In 1621 werd de strijd her­vat met afwis­se­lend suc­ces. Inmid­dels was de Der­tig­jarige Oor­log uit­ge­bro­ken. Spanje voerde oor­log op ver­schil­lende fron­ten met o.a. Frankrijk, Italië, Por­tu­gal en Enge­land.

Vrede van Mün­ster
Toen Admi­raal Maarten Tromp in 1639 de Spaanse Armada in de Slag bij Duins ver­sloeg, raakte Spanje over­tu­igd dat het beter was vrede te sluiten. In 1642 begonnen de vre­des­on­der­han­delin­gen tussen de Europese mogend­he­den. De Repub­liek nam daaraan deel als een vol­waardige staat. Met de Vrede van Mün­ster werd in 1648 de Repub­liek der Zeven Verenigde Ned­er­lan­den door Spanje als soev­ere­ine staat erkend.

Republiek der 7 Nederlanden

Ger­aad­pleegd:

www​.RKKerkScha​gen​.nl

www​.ned​er​land​se​bier​cul​tuur​.nl

www​.dwang​burchten​.nl

F. Diederik en F. Tim­mer — Slot Scha­gen ISBN 9022533190

F. Tim­mer — De kerk op de Markt, ISBN 9046552622

www​.geheugen​van​scha​gen​.nl