Artikel

De Hol­land­sche Maatschap­pij van Land­bouw was een organ­isatie van agrar­iërs in de beide Hol­lan­den, opgericht in 1847. Zij stelde zich ten doel de posi­tie van vee­houd­ers en land­bouw­ers te ver­beteren door col­lec­tieve belan­gen­be­har­tig­ing. De HMvL had in 1881 zeve­nen­tachtig afdelin­gen. Jaar­lijks werd een afdel­ing uitverko­ren om de Land­bouw­ten­toon­stelling te organ­is­eren, een even­e­ment waar­toe alleen de grotere ste­den wer­den uitverkoren.

Scha­gen kan­dideert zich drie maal
De afdel­ing Scha­gen en Omstreken was gevormd in 1870 en telde zo’n 300 leden. Voorzit­ter was gemeen­tes­ec­re­taris Jaap Denijs, als sec­re­taris fungeerde oud-​burgemeester Henry Robert De Meêr. Ambitieuze lieden. Zeven jaar na opricht­ing stelden zij hun leden voor Scha­gen te kan­dideren voor de Land­bouw­ten­toon­stelling van 1879. Een wel­haast Olymp­is­che uitdag­ing, die ‚door som­mi­gen voor eene onmo­gelijkheid werd gehouden en men zeide: ‚Dat zal nooit gebeuren’. Maar de Schager Courant (sub­ti­tel: Alge­meen Nieuws-​, Adver­ten­tie– & Land­bouw­blad) vuurde de leden aan: ‚Het voors­tel tot eene zoo gewichtige zaak voor de gemeente, de eer om gelijk gesteld te wor­den met de groote plaat­sen van Noord– en Zuid-​Holland — nog daarge­laten de finantieele voordee­len — kan niet ver­wor­pen wor­den’. De toewi­jz­ing ging naar Haar­lem. Een tweede poging mis­lukte eve­neens; Delft kreeg de eer. Scha­gen ver­saagde niet en kan­dideerde zich ten der­den male. Het moest con­cur­reren met het grotere Purmerend. ‚Op echt Amerikaan­sche manier beval ieder can­di­daat zich zel­ven aan, tot dat de debat­ten ges­loten wer­den en de stem­ming plaats had’. Aan­houder Scha­gen won afgetek­end met 630 om 150 stem­men. Het kan goed zijn dat Henry Robert De Meêr de zaal heeft omgekre­gen. Hij had in 1860 als burge­meester ook al eens zijn overred­ingskracht ingezet om Scha­gen een tre­in­sta­tion te bezorgen.

Cal­imero’ organ­iseert de ten­toon­stelling en … hoe
Zowel de Schager bevolk­ing als haar bestuur dacht en han­delde sterk als Cal­imero: zij zijn groot en ik is klein. Dit underdog-​gevoel komen we op tal van momenten in de geschied­schri­jv­ing tegen in de vergelijk­ing met ste­den als Alk­maar en Hoorn, laat staan Ams­ter­dam. Hoewel de toewi­jz­ing met grote meerder­heid had plaats­gevon­den, waren er in de ver­gader­ing van de HMvL ook anti-​geluiden geweest. Scha­gen zou te klein en oner­varen zijn, het zou geen geschikt ter­rein hebben, het zou een te lage loge­mentscapaciteit hebben voor de vele bezoek­ers die hier meer­daags zouden willen verbli­jven, enzovoorts. Nu de Land­bouw­ten­toon­stelling, deze grote vis, was bin­nengesleept, sjorde het ‚kleine’ Scha­gen zijn broek op en spu­ugde in zijn han­den. De hele gemeen­schap wilde de kri­tikasters een poepie laten ruiken. Als ten­toon­stelling­ster­rein werd aangewezen het grasland tussen de Laan en de Sta­tion­sweg. Daar lagen twee open wei­den, geschei­den door een sloot waarover voor de gele­gen­heid bruggen moesten gelegd. Om het ter­rein werd een hek­w­erk geplaatst. Opgetrokken wer­den een muziek­tent en twee grote bouwsels waarin de horeca ruimtes kon huren. Aan de Laan ver­rees de toe­gangspoort, ver­sierd met de wapens van Scha­gen, Hol­land en West-​Friesland. Op de Mark­t­plaats werd een ere­boog gebouwd, voorzien van feestver­licht­ing, alsmede een feesttent waarin de bezoek­ers zich ‚s avonds kon­den ver­pozen. De organ­isatie riep de burg­ers op vlaggen uit te steken en straatver­sierin­gen aan te bren­gen. De Gedempte Gracht werd aan beide zij­den met guir­lan­des en gaslam­pen behangen. Ook veel hore­caza­ken en andere gebouwen wer­den van lam­plicht voorzien. In de Molen­straat stond een ere­boog met ver­licht­ing. Scha­gens burg­ers wer­den opgeroepen om tij­dens de Land­bouw­ten­toon­stelling loge­ment aan te bieden aan de vele verwachte bezoek­ers, ‚t zij als gas-​ten, ‚t zij tegen betal­ing’. De Schager Courant kondigde aan in de feestweek niet twee, maar drie maal te ver­schi­j­nen van­wege het grote adver­ten­tieaan­bod. De Hol­land­sche IJz­eren Spoor­weg Maatschap­pij zette extra treinen in, ‚stop­pende aan alle tussen­sta­tions, ook te Zijdewind’. Het offi­ciële pro­gramma besloeg vijf dagen, te begin­nen op vri­jdag 30 september.


krantDe beste mededingers wer­den bekroond en kon­den met hun uitverkiez­ing reclame maken voor hun product

1670 inzendin­gen in tal van categorieën

Prins Fred­erik, oom van regerend kon­ing Willem III, gooide nog even roet in het eten. Hij over­leed op 8 sep­tem­ber en het bestuur van de Hol­land­sche Maatschap­pij van Land­bouw stelde uit piëteit de open­ing van de ten­toon­stelling met een week uit tot vri­jdag 7 okto­ber. Vanaf 4 okto­ber wer­den in fasen de ten toon te stellen bezienswaardighe­den aangevo­erd. Akker­bouw­pro­ducten, stru­iken en bomen, fruit en groen­ten, bloe­men en zuivel, bloem­stukken en boeket­ten, paar­den, stieren, melkkoeien, geiten, varkens en pluimvee. Land­bouw­ma­chines, werk­tu­igen en gereed­schap­pen voor de zuiv­el­berei­d­ing, waaron­der nog niet eerder in Ned­er­land ver­toonde karn– en boterkneed­ma­chines. Een deel kwam van ver, tot Amerika aan toe. Hand– en paar­den­dors­ma­chines, ros– en treemolens, in totaal besloeg de ten­toon­stelling 1.670 inzendin­gen in tal van cat­e­gorieën, die alle moesten wor­den beo­ordeeld door ver­schil­lende jury’s. De beste mededingers wer­den bekroond en kon­den met hun uitverkiez­ing reclame maken voor hun prod­uct. De Maatschap­pij had ruim 13.000 leden, velen agrarische onderne­mers, de com­mer­ciële belan­gen waren groot. De keurin­gen waren op vri­jdag en zater­dag. Vanaf zondag gin­gen de poorten open voor het publiek.

Het weer zat niet mee
Men kon het wijlen prins Fred­erik niet kwal­ijk nemen, maar tij­dens de week van uit­s­tel ver­slech­terde het weer. De open­ing ver­re­gende. ‚Een flinke regen­bui deed, zoowel bestu­ursle­den als belang­stel­len­den, een goed heenkomen zoeken naar de ten­ten ingericht voor Café en Restau­ratie’. Ook bij lat­ere fes­tiviteiten werk­ten de weer­go­den tegen. ‚De illu­mi­natie vast­gesteld op Zonda­gavond, kon door de felle wind en den aan­houden­den dichten regen niet plaats hebben en werd uit­gesteld tot Maandag of Woens­da­gavond’. En bij de tweede poging, op woens­da­gavond, werd ‚bij min­der sterke wind opnieuw gepoogd de illu­mi­natie te ontsteken, dat voor een groot gedeelte gelukte ten min­ste, daar waar de wind min­der invloed had’. Wie Scha­gens cen­trum kent en de wind­val rond de Markt, zal het niet ver­bazen dat ‚…de gazver­licht­ing aan de eere­boog op de Mark­t­plaats niet kon plaats hebben daar de wind zulks belette’.

]De loftrompet
Maar de ele­menten kre­gen Scha­gen niet op de knieën. Alle activiteiten von­den uitein­delijk door­gang, de toe­stroom van pub­liek was over­weldigend en de waarder­ing voor het ten­toongestelde even­zeer. De feestweek werd besloten met een hard­draverij, opgeluis­terd door de muziekkapel der Konin­klijke Marine, en een knal­lend vuur­w­erk. Niet alleen de verwachtin­gen waren overtrof­fen, ook de eerdere organ­isatoren Delft en Haar­lem. De voorzit­ter van de Hol­land­sche Maatschap­pij van Land­bouw, baron C.J. van der Oud­er­meulen, stak de loftrompet. Het Alge­meen Han­dels­blad was in een terug­b­lik al even genereus: ‚Toen ten vorigen jare op den alge­meene ver­gader­ing der Hol­land­sche Maatschap­pij van Land­bouw te Lei­den gehouden, als plaats voor het houden der eerstvol­gende alge­meene ten­toon­stelling, Scha­gen werd gekozen, bestond bij menigeen de vrees dat die keuze zou blijken niet gelukkig te zijn geweest. En hoe is nu de uit­slag? ‚t Antwo­ord daarop kan kort zijn, en zal wel een­parig van de duizen­den bezoek­ers der ten­toon­stelling luiden: uit­mun­tend is de keuze gebleken te zijn; de bedenkin­gen der tegen­standers zijn beschaamd, de verwachtin­gen der voor­standers overtrof­fen. En indien nu over de ten­toon­stelling zelf eenige meen­ing mag wor­den uit­ge­spro­ken, dan is het die, dat ze zal behooren tot de meest belan­grijke, die in de laat­ste jaren gehouden zijn.’

tekeningTeken­ing van schoolmeester F.J. Gie­len uit 1881, met het nog ledige ten­toon­stelling­ster­rein links boven de Stationsweg

Hoof­dredac­teur jubelt het uit
Toen alles achter de rug was pakte hoof­dredac­teur P.J.G. Diderich namens de Schager Courant nog eens uit in een jube­lend com­men­taar, dat hij als volgt afs­loot: ‚Het vol­gende jaar hoopt men te Gouda ten­toon­stelling te houden. Moge het dan aldaar blijken, dat men niet heeft stil ges­taan; maar dat men alweer eene schrede is vooruit­ge­gaan sedert die van Scha­gen. Excel­sior, dit zij de leuze van ieder onzer! Dit zij de leuze in ‚t bizon­der van den land­man! Omdat zijn bedrijf ‚t hoofdbestaan van ons land uit­maakt. Waar het den land­man goed gaat, daar gaat het ieder goed. Waar we hem ste­unen, daar ste­unen wij ons zel­ven. Komt dan Ned­er­lan­ders! Komt! Vereeni­gen wij ons hem te ver­hef­fen, hem aan te moedi­gen, hem te vereeren. ‚t Is de nut­tig­ste stand der Maatschap­pij. En laat ons met vereende krachten alles aan­wen­den, om onzen land­bouw tot de hoogst mogelijke volkomen­heid te bren­gen, ook door mid­del van TENTOONSTELLINGEN’.

Voed­se­l­ex­por­teur ver­waar­loost zijn boeren
Nou nou meneer Diderich, zouden we nu zeggen, had het niet een tandje min­der gekund? Maar tussen hem en ons gaapt ander­halve eeuw. Scha­gen dreef op vee­teelt en zuivel. Het was net vijf dagen de toonkamer geweest van wat de agrarische sec­tor in het ver­schiet had. Excel­sior, steeds hoger. En de menselijke moraal moest mee omhoog met de mater­iële vooruit­gang door de indus­triële rev­o­lu­tie. Om ver­heff­ing was het te doen. Ver­heff­ing van de mens in het alge­meen en in het bij­zon­der van de land­man, op wie aller ver­lan­gen naar een beloftevolle toekomst was geves­tigd. De land­bouwor­gan­isaties van toen en hun Excel­sior hebben er de basis voor gelegd dat Ned­er­land nu, na de VS, de op een na groot­ste voed­se­l­ex­por­teur ter wereld is. Maar de boer is het aan­hang­wa­gen­tje gewor­den van de voed­selin­dus­trie en de super­mark­tketens. Van het hoog­ste voet­stuk is hij gede­gradeerd naar de laag­ste trede. Komt dan Ned­er­lan­ders! Komt! Vereni­gen wij ons hem te ver­hef­fen, hem aan te moedi­gen, hem te ver­eren. ‚t Is de nut­tig­ste stand der maatschappij.

paardendorsmachinePronkstuk van de ten­toon­stelling: een paar­den­dors­ma­chine, waarmee de los­ges­la­gen kor­rels wer­den opgevan­gen in een cilin­der en de hal­men met de hand wer­den gebost. De aan­dri­jv­ing geschiedde door drie paar­den in een tredmolen

Stream­ers:

- De HMvL had in 1881 zeve­nen­tachtig afdelin­gen
- Een wel­haast Olymp­is­che uitdag­ing
- Het moest con­cur­reren met het grotere Purmerend
- Scha­gen zou te klein en oner­varen zijn
- De Hol­land­sche IJz­eren Spoor­weg Maatschap­pij zette extra treinen in
- de ele­menten kre­gen Scha­gen niet op de knieën
- Niet alleen de verwachtin­gen waren overtrof­fen, ook de eerdere organ­isatoren Delft en Haar­lem
- Maar de boer is het aan­hang­wa­gen­tje geworden

Bron­nen

Reac­ties